Ik zie alleen nog maar Vergiet (1)

PROËZIE

Het verhaal over de vergieten. Hoort het hier wel bij verhalen te staan? Je kunt het immers ook wel onderbrengen bij bundels of gedichten. Misschien is dat wel beter? Niet zeuren mensen. We zetten er gewoon proëzie boven. Het ei van Columbus waar zoveel over gesproken wordt de laatste tijd bij ‘badbedbrood’, maar daar wordt dan altijd gezegd:
‘’ ‘t Ei van Columbus is het ook niet.” Misschien was ‘verhalend gedicht’ beter geweest? En hieronder, want we leggen graag verbanden, enkele regels uit Het langste gedicht:

‘Verhalende gedichten; zij zijn er niet zoveel
in de moderne tijd. Verhalen met veel rijm
en pagina’s alleen maar links beschreven.
Zoiets als The Rime of the Ancient Mariner,
Natuurlijk aan u allen welbekend
waar nog de Vliegende Hollander
door raast en wees dan niet verbaasd,
want jullie weten wel: Noodlotssignaal.
Ook kennen wij Jacoba van Beieren ….’

Inderdaad en ‘Ik zie alleen nog maar Vergiet’ bergt veel van een verhalend gedicht in zich. Maar de ruimte moet een beetje eerlijk worden verdeeld en patsboem, daar staat het al onder de categorie verhalen. Ook in de literatuur lopen de eigenaardigheden vaak door elkaar heen.

 

DE VERGIETEN (proëzie)

Wij laten de dingen graag tot hun recht komen en in deze tijd, met al haar ontdekkingen, wordt ons dat steeds makkelijker gemaakt. Toch was het een opzienbaarlijke ontdekking toen niet lang geleden de taal der Vergieten werd ontdekt. Wij wisten de hand te leggen op enkele korte verhalen en gedichten die met elkaar een eerste inzicht geven in de gewoonten en eigenaardigheden van het Vergietenvolk en het is ons een genoegen hiervan iets in deze website te kunnen weergeven. De Franse auteur Ponce bewoog zich, als we ons niet vergissen, maar misschien vergissen we ons wel, wat de taal der dingen betreft al eerder op dit vlak en ook de Nederlandse auteur Becker had in Cocotte al door dat treinen vol leven zijn. Wat proëzie betreft, een Franse uitvinding van Queneau, hierover staat  ook iets vermeld in Het langste gedicht.

Zo zullen ze bij voorbeeld tegen je zeggen – als dat mogelijk zou zijn –
aubergine en courgette,
daar moet je op lette.

 

DE TAAL DER DINGEN

De dingen om ons heen, alhoewel niet allemaal, kunnen spre­ken, Maar hun taal is niet te verstaan, heeft een andere toon­hoog­te, speelt zich op een frequentie af die voor ons niet te volgen is. Gelukkig maar. ‘t Is onverstelbaar. Stel het je voor en een rilling vaart door de ledematen. Al dat geluid van duizenden dingen om je heen. Dag en nacht misschien wel. We zouden ons van de materie afke­ren en in kamers zonder stoelen gaan wonen. Een enkel kussen­tje mis­schien op de vloer.

Maar de taal van de Vergieten, na lang en geduldig onderzoek, is ontdekt. Opgenomen en vastgelegd. De geleerden weten nu heel wat van de Vergietencultuur af en ook de schrijver heeft er zich in verdiept. ‘t Is bar ingewikkeld. De vergieten zijn zo verschillend en aan de andere kant lijken ze veel op ons mensen.  Daarom, dat is de opzet van dit boekje, wil ik bevorderen dat er meer begrip voor de vergieten komt. Wanneer je alles gelezen hebt, dan zul je nooit meer met je vergiet smijten. Dat deed je al niet? Heel goed, maar je zult voortaan  wel eens peinzend met de vergiet in je handen staan en denken: ‘t Is ook een wezen. Laat ik ’em zachtjes aanpakken.

Ook anderen, zoals mijnheer Gatenkaas en het Aardbeibeest, leren we kennen. Maar niet al te goed. Zij spelen immers maar een kleine rol in de Vergietencultuur.

 

onder de douche vergiet

ONDER DE DOUCHE

De blauwe tuinvergiet heeft losjes bloemen in z’n haar gedaan.
Is daarna halfbewust van dromen, onder de lauwe douche gaan staan.
Visioenen komen in z’n kolderieke kop.
Hij merkt het niet en eet de bloemen op.

Hij is zo slaap’rig nog, hij denkt met donzig hoofd.
Die bloemen zijn niet goed, niet lekker gaar gestoofd.
Want pinksterbloemen, bolgewassen, netelrozen en margrieten,
zijn anders toch zo lekker en voedzaam voor vergieten.

Hij is een veelvraat, na het bloemdiner.
Drinkt hij het lauwe water, dat als thee,
zijn gaten vult, het stroomt naar binnen.
Is ‘t allemaal al op? Moet hij alweer beginnen?

Hij is klaarwakker nu en razend van verdriet.
“Wat is'” denkt hij: “het leven leeg voor een vergiet.”
Het wordt gevuld met bloemen, groenten, sla en fruit.
Dan komt er water op, je wordt geschud. En voor je ‘t weet is ‘t er weer uit.”

Hij huilt nu dikke tranen onder ‘t water van de douche.
Hij is geheel van streek, is miss’lijk en oogt louche.
Door al zijn gaten piept de lucht naar binnen.
Hij is zo droef en denkt verdoofd: “Wat ik ook eet, ik moet
altijd opnieuw begin­nen.”

 

FEEST

Vanmiddag is er feest, wat moeten we beginnen.
Vanmiddag is er feest, wat zullen we verzinnen.
Ooms, tantes, nichten, kortóm alle vergieten.
Zij komen allemaal om dagen te genieten.

Mijn vrouw is radeloos, ze moet de magen vullen.
Maar bij vergieten is dat moeilijk, echt geen sinecure.
Ze vult al weken borden, schalen, schotels, glazen, pullen.
De hele buurt helpt mee. Collega’s, vrienden, paps en mams,
/óók onze lieve buren.

Alles, we weten ‘t al, wordt snel verorberd en met grote happen.
Het klapt naar binnen en vooral de jeugdigen en rappen
eten zó snel, je wordt er draaierig van.
‘t Is niet erg chic, maar’t moet. We eten uit de pan.

Lees vervolg in blog: ‘Ik zie alleen nog maar Vergiet (2)’